Aanpassing maximale ritduur: een maatregel in de marge

Redactie Forseti

Aanpassing maximale ritduur: een maatregel in de marge

VOOR INCLUSIE EN

ZELFREDZAAMHEID

Redactie Forseti

Ondanks het nijpende chauffeurstekort werken vervoerders heel hard om alle kinderen veilig en op tijd op school te krijgen. Heel vaak gaat dat goed, maar steeds vaker niet. En dat zijn de gevallen die we allemaal in de media voorbij zien komen. Niemand wil dat een kind uren per dag in een taxi moet zitten. Op allerlei manieren wordt er aan gewerkt om dat te voorkomen. 

Minister Wiersma van Onderwijs wil laten onderzoeken of de maximale rittijd omlaag kan. Bijvoorbeeld van 60 naar 45 minuten. Zo’n aanpassing vraagt om meer chauffeurs. En dat wordt lastig, want die chauffeurs zijn er niet. Hiermee wordt het ene probleem opgelost ten koste van het andere.

Een maatregel in de marge

Het aanpassen van de maximale ritduur klinkt misschien als een quick win en mogelijk is het zelfs zo bedoeld. Helaas is de beoogde winst veel te klein en helpt het de echt schrijnende gevallen niet. Een maatregel in de marge dus.  

Een grote groep leerlingen reist al korter dan de genoemde 45 minuten. In een grote regio waar wij voor werken is 6% van de dagelijkse routes langer dan 45 minuten. Daar zijn ook routes bij die naar specifieke scholen gaan zoals in Haren (GR) of Sint-Michielsgestel. Die routes duren alleen qua afstand al 1,5 tot 2 uur. Die lange ritten hebben vaak ook te maken met toenemende filedruk. Meer voertuigen inzetten helpt dan niet, die sluiten hooguit aan in dezelfde rij auto’s. 

Tenslotte is er de toenemende complexiteit in het vervoer en, in sommige gevallen, een grotere reisafstand vanwege specifieke behoeften. Hierdoor moeten er meer ritten gereden worden naar scholen die gespreid liggen. Het combineren van die ritten heeft niet alleen extra reistijd tot gevolg. Ook wachttijd kan toenemen omdat de afstand en tijd niet goed op elkaar aansluiten. Ook hierdoor zitten kinderen langer in een taxi.  

Kortom: een dergelijke maatregel heeft maar betrekking op een beperkt deel van de doelgroep en zal in de huidige omstandigheden niet (voldoende) effect hebben om de kwaliteit te verbeteren. Bovendien heeft niemand er belang bij kinderen onnodig lang te laten reizen en zullen de meest schrijnende gevallen opgelost moeten worden. Daarvoor is het belangrijk ruimte in de bestaande capaciteit vrij te maken voor de leerlingen die qua leeftijd en problematiek geen goed alternatief hebben. 

4 mogelijke oplossingen

Er zijn wel oplossingen die in sommige gevallen verlichting kunnen bieden. 

  1. Denk bijvoorbeeld aan alternatieven voor taxivervoer. Die zijn echt noodzakelijk om deze uitdaging nu en in de toekomst het hoofd te bieden. Leer leerlingen bijvoorbeeld reizen met het openbaar vervoer of een (elektrische) fiets, of kijk naar mogelijkheden in slimmer omgaan met vergoedingen voor ouders die zelf (een deel van)het vervoer verzorgen. 
  2. Of het werken met vaste opstapplaatsen. De leerlingen worden dan niet meer thuis opgehaald, maar verzamelen zich op een opstapplaats waar de taxi de kinderen ophaalt. Je krijgt een vollere bus zonder dat je er langer voor rijdt. Dit vraagt wel meer van ouders of verzorgers. Daar komt bij dat hiervoor een beleidsaanpassing nodig is, die ook niet over één nacht ijs gaat. 
  3. Een optie is ook om Wmo-vervoer in te zetten in het leerlingenvervoer. Dat kan en het gebeurt ook al op diverse plekken, maar dat is alleen mogelijk als beide soorten vervoer door dezelfde contractant uitgevoerd worden. 
  4. Wat ook nog een optie zou kunnen zijn is de inzet van vrijwilligersvervoer. In het Wmo-vervoer gebeurt dit al veelvuldig, en ik denk dat het ook in het leerlingenvervoer een goede oplossing kan zijn. Een vrijwilliger kan namelijk ook een familielid, buur of andere ouder zijn. Het is mogelijk een eigen vergoeding voor die vrijwilliger aan te vragen. Toch wordt dit nog weinig gedaan omdat er vaak alleen naar de unieke casus wordt gekeken en niet naar het bredere plaatje.  

Puzzel 

Het is een worsteling en een grote puzzel, we zijn blij dat het onderwerp nu ook in de landelijke politiek aandacht krijgt.    

Er is niet één oplossing. De situaties verschillen te veel per regio, per gemeente, per vervoerder, per leerling zelfs. De vraag is of een beleidswijziging middenin de looptijd van een vervoerscontract de gewenste rust brengt of juist nog meer onzekerheid veroorzaakt.

Daarom willen we gemeenten oproepen om wezenlijke beleidswijzigingen pas door te voeren in de eerstvolgende aanbestedingsronde. Zo hou je het voor iedereen eerlijk en zuiver.

Wil je meer weten?

Wij informeren je graag.  

Bekijk ook

Contract doelgroepenvervoer 2027 of 2028? Dit is het moment om te starten!

Gemeenten stellen het aanbesteden van doelgroepenvervoer regelmatig uit. Begrijpelijk, want de druk op capaciteit is hoog en er spelen veel andere prioriteiten. Toch is er een moment waarop uitstel niet meer onschuldig is, maar direct risico’s oplevert voor de continuïteit en kwaliteit van het vervoer. Dat moment ligt vaak eerder dan wordt gedacht.

Loopt het contract voor leerlingenvervoer of Wmo-vervoer af in 2027 of 2028? Dan is het antwoord simpel: start nu met de aanbesteding ervan.

Samenredzaamheid in mobiliteit bij gemeente Leiden: stap voor stap naar zelfstandigheid

Dagelijks vertrouwen honderden kinderen binnen de gemeente Leiden op leerlingenvervoer om op school te komen. Fijn voor ouders en kinderen dat zij hier gebruik van kunnen maken, maar het brengt ook stress met zich mee. Strakke planningen, lange ritten en weinig eigen regie. Voor ouders en kinderen kan die afhankelijkheid zwaar voelen. Samen met de gemeente Leiden werken we aan een andere aanpak door middel van het traject: Samenredzaamheid in mobiliteit. Een traject waarin kinderen en hun ouders samen ontdekken wat er wel mogelijk is.

Ravijnjaar 2028: kansen voor gemeenten

Het zogenoemde ravijnjaar is niet verdwenen, maar wel verschoven. Waar gemeenten zich lange tijd voorbereidden op een forse financiële terugval in 2026 door een verlaging van de financiële bijdragen vanuit het Rijk, is die scherpe daling in de praktijk doorgeschoven richting 2028.

Zeven mythen in het leerlingenvervoer anno 2026

Een jaar na ons oorspronkelijke blogbericht over de zeven mythen rondom leerlingenvervoer zijn de problemen in het leerlingenvervoer nog altijd even actueel. Recent besteedde EenVandaag opnieuw aandacht aan het onderwerp, waarbij de Kinderombudsman het nieuwe kabinet opriep om dringend actie te ondernemen. Jaar in jaar uit melden ouders problemen zoals te late bussen, vechtpartijen en stress bij kinderen in het speciaal onderwijs. Om dieper door te dringen tot de werkelijke knelpunten is het tijd om de mythen rondom leerlingenvervoer wederom door te prikken.

Contract doelgroepenvervoer 2027 of 2028? Dit is het moment om te starten!

Gemeenten stellen het aanbesteden van doelgroepenvervoer regelmatig uit. Begrijpelijk, want de druk op capaciteit is hoog en er spelen veel andere prioriteiten. Toch is er een moment waarop uitstel niet meer onschuldig is, maar direct risico’s oplevert voor de continuïteit en kwaliteit van het vervoer. Dat moment ligt vaak eerder dan wordt gedacht.

Loopt het contract voor leerlingenvervoer of Wmo-vervoer af in 2027 of 2028? Dan is het antwoord simpel: start nu met de aanbesteding ervan.

Samenredzaamheid in mobiliteit bij gemeente Leiden: stap voor stap naar zelfstandigheid

Dagelijks vertrouwen honderden kinderen binnen de gemeente Leiden op leerlingenvervoer om op school te komen. Fijn voor ouders en kinderen dat zij hier gebruik van kunnen maken, maar het brengt ook stress met zich mee. Strakke planningen, lange ritten en weinig eigen regie. Voor ouders en kinderen kan die afhankelijkheid zwaar voelen. Samen met de gemeente Leiden werken we aan een andere aanpak door middel van het traject: Samenredzaamheid in mobiliteit. Een traject waarin kinderen en hun ouders samen ontdekken wat er wel mogelijk is.