Hoe zit het met integraal plannen en doelgroepenvervoer?

Redactie Forseti

Hoe zit het met integraal plannen en doelgroepenvervoer?

VOOR INCLUSIE EN

ZELFREDZAAMHEID

Redactie Forseti

MaaS, we horen, lezen en zien er enorm veel over in de vervoerssector. Het is dan ook niet zo gek dat er bij integraal plannen al snel wordt gedacht aan het plannen van een reis van een klant waarbij de hele keten kan worden gepland, geboekt en betaald. Maar daar gaat deze blog niet over. 

Integraal plannen gaat niet over het plannen van een reis van de klant, het gaat om het slim plannen van voertuigen in een vervoersysteem.

Slim en efficiënt

Integraal plannen levert vooral voordelen op in het kleinschalig vervoer. Alle vormen van kleinschalig vervoer maken gebruik van voertuigen voor maximaal acht passagiers, zijn bestuurbaar met een rijbewijs B en zijn dus onderdeel van de taximarkt. Of het nu gaat om flexibel openbaar vervoer, Wmo-vervoer, leerlingenvervoer, vervoer in kader van de jeugdwet, vervoer naar dagbesteding en binnen zorginstellingen of naar een ziekenhuis … het zijn allemaal ritten van A naar B met eenzelfde type voertuig en chauffeur. 

Al deze vormen van vervoer plan je het slimst en meest efficiënt vanuit één integrale planning en één wagenpark. Dit zijn voordelen:

  • Beste kansen dat er altijd een voertuig in de buurt is wanneer een klant opgehaald moet worden
  • Minder stilstand en lege kilometers
  • Beste kansen om klanten te combineren in het voertuig
  • Wanneer de verschillende vervoersvormen goed op elkaar afgestemd worden zijn er in totaal minder voertuigen nodig

Klinkt logisch toch?

Voorkom mislukkingen

De afgelopen vijftien jaar is er veel aandacht besteed aan het integreren van verschillende vormen van doelgroepenvervoer. Met de regiecentrales in verschillende regio’s zijn daar de laatste jaren mooie stappen in gemaakt. Een relatief nieuwe ontwikkeling komt vanuit het ov. Met het afnemen van het aantal reizigers in vaak al slecht bezette lijnen komt er een steeds grotere behoefte aan andere vormen van openbaar vervoer. 

Vormen die ons beter in staat stellen om bepaalde wijken in steden en het landelijk gebied bereikbaar te houden met openbaar vervoer. Flexibele vormen van openbaar vervoer zijn hiervoor interessant. Denk bijvoorbeeld aan ov-flex voorbeelden in Brabant, Gelderland en Amsterdam, of voorbeelden van hub- en haltetaxi’s in Zeeland en Groningen -Drenthe. Veel van deze systemen ‘mislukken’ binnen de ov-concessie omdat ze dan erg duur zijn. Door deze integraal te plannen en uit te voeren met hetzelfde wagenpark dat ook rijdt voor andere vormen van kleinschalig vervoer kan het efficiënter en minder kostbaar zijn

In Zeeland en Groningen – Drenthe gebeurt dit al. En ook de provincie Noord-Brabant werkt samen met de regio West-Brabant om ov-flexvervoer samen te brengen met Wmo-vervoer in één nieuw vervoersysteem. 

Kansen voor vrijwilligersvervoer

Als laatste liggen er ook kansen voor het vrijwilligersvervoer. Nu is dit vaak vervoer wat op zichzelf staat. Van lokale vrijwilligers voor lokale bewoners. Maar dat maakt het vervoer ook kwetsbaar en niet altijd beschikbaar en toegankelijk. Door dit vervoer ook te koppelen aan een integrale planning wordt het makkelijker om achtervang te bieden op moment dat er geen vrijwilliger beschikbaar is, maar ook andersom om reizigers te koppelen aan vrijwilligersvervoer wanneer een vrijwilliger beschikbaar is. 

Heb je vragen over de kansen van integraal plannen in het kleinschalig vervoer, we gaan graag met je in gesprek.

Wil je meer weten?

Wij informeren je graag.  

Bekijk ook

Leerlingenvervoer: bijna 40 jaar decentralisatie

Gemeenten zijn al sinds 1987 verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer. Ze bepalen niet alleen hoe het vervoer wordt georganiseerd en gefinancierd, maar krijgen ook ruimte om zelf te bepalen wanneer ouders aanspraak kunnen maken op ondersteuning.

Maak kennis met collega Nienke Verploeg

Achter goed georganiseerd leerlingenvervoer staat een team van betrokken specialisten. Eén van hen is Nienke. Als Frontofficemedewerker bij Forseti heeft zij dagelijks contact met ouders en speelt zij een belangrijke rol in het goed laten verlopen van het vervoer.

“Als frontofficemedewerker merk ik direct wat ons werk betekent voor de ouders en kinderen die afhankelijk zijn van leerlingenvervoer.”

Maak kennis met collega Inge Gabriëls

“Achter de cijfers zit een wereld die veel groter is dan ik had verwacht”

Sinds 1 maart versterkt Inge Gabriëls het team van Forseti als medewerker contractbeheer. In deze rol ondersteunt zij de contractmanagers en data-analist Maartje bij verschillende werkzaamheden rondom contractbeheer, rapportages en data-analyse.
Hoewel Inge dagelijks bezig is met doelgroepenvervoer, was deze wereld voor haar voordat ze bij Forseti startte nog onbekend terrein.

“Voordat ik bij Forseti kwam, had ik eigenlijk nog nooit echt stilgestaan bij deze wereld. Inmiddels ontdek ik hoe groot en complex het is. Er komt veel meer bij kijken dan ik vooraf had gedacht.”

Cliëntenvervoer verandert: waarom de oplossingen van gisteren niet meer volstaan

Cliëntenvervoer staat voor een nieuwe fase. Waar het voorheen vooral ging om zo efficiënt mogelijk ritten uitvoeren, draait het vandaag de dag om een veel bredere vraag. Hoe zorgen we ervoor dat inwoners ook in de toekomst toegang houden tot zorg, dagbesteding en kunnen blijven deelnemen aan de maatschappij.

Leerlingenvervoer: bijna 40 jaar decentralisatie

Gemeenten zijn al sinds 1987 verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer. Ze bepalen niet alleen hoe het vervoer wordt georganiseerd en gefinancierd, maar krijgen ook ruimte om zelf te bepalen wanneer ouders aanspraak kunnen maken op ondersteuning.

Maak kennis met collega Nienke Verploeg

Achter goed georganiseerd leerlingenvervoer staat een team van betrokken specialisten. Eén van hen is Nienke. Als Frontofficemedewerker bij Forseti heeft zij dagelijks contact met ouders en speelt zij een belangrijke rol in het goed laten verlopen van het vervoer.

“Als frontofficemedewerker merk ik direct wat ons werk betekent voor de ouders en kinderen die afhankelijk zijn van leerlingenvervoer.”