‘Als je zelf de regie voert, kun je beter sturen’

Redactie Forseti

‘Als je zelf de regie voert, kun je beter sturen’

VOOR INCLUSIE EN

ZELFREDZAAMHEID

Redactie Forseti

“We waren in Zeeland al een tijd op zoek naar een manier om het doelgroepenvervoer anders aan te pakken,” vertelt Peter Verburg van SWVO . “De gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen hadden al in 2010 een taxicentrale overgenomen. Zodoende was ik geïnteresseerd in het regiemodel. De regie en de uitvoering van het doelgroepenvervoer liggen dan niet langer bij één partij, maar worden gescheiden.” In Nederland werd het nog niet toegepast, vandaar dat Peter de landsgrenzen overging om te kijken hoe het daar geregeld was. “Daarvoor ben ik met Forseti op studiereis gegaan naar onder andere Zweden en Denemarken waar ze al veel verder waren met het regiemodel.”

Na deze bezoeken en onderzoek naar de mogelijkheden waagden ze in Zeeland de stap naar het regiemodel.

Goede auto’s en goede chauffeurs

“Vanaf het begin geloofde Forseti in dit regiemodel en ze namen ons mee in het verhaal. Ook hebben ze de aanbestedingen van het vervoer begeleid. Zij hebben kennis over vervoerscentrales en welke financieringsstromen daar bij horen. Zodoende hebben ze ons ook geholpen om een goede financieringssystematiek op poten te zetten.

Voordat we zelf de regie voerden, waren we voor elke verandering die we wilden doorvoeren afhankelijk van de vervoerder. Daar hing vaak een prijskaartje aan. Daarbij gebeurde er veel buiten ons gezichtsveld . Zo werden de vervoerders per kilometer vergoed, hun belang was dus om zoveel mogelijk kilometers te rijden. Dat strookt totaal niet met de belangen die je als opdrachtgever hebt.

Toen we overstapten op het regiemodel hebben we tegen de vervoerders gezegd: we kopen nog steeds vervoer bij jullie in, echter we willen alleen een goede auto en een goede chauffeur. Als je zelf de regie voert, kun je ook beter sturen op de uitvoering en heb je veel meer ruimte om het vervoer beleidsmatig naar eigen inzicht in te richten en bij te stellen.”

Onrendabele ov-lijnen

“Het eerste jaar deden we voor drie gemeenten het Wmo- en leerlingenvervoer, een drietal vervoerders reden de ritten. In 2015 is daar ook het dagbestedings- en GGZ jeugdzorgvervoer bijgekomen. Inmiddels zijn alle Zeeuwse gemeenten, de gemeente Goeree-Overflakkee en de Provincie Zeeland aangesloten op de Gemeentelijke regiecentrale Zeeland. De provincie gaat over het openbaar vervoer en had te maken met onrendabele buslijnen die ze wilden omzetten naar vraagafhankelijk vervoer. Die lijnen pakken wij er met de Haltetaxi ook bij.

De regiecentrale huurt voertuigen in op basis van een rooster. Elke maand geven we vooraf bij de vervoerders aan welke voertuigen we nodig hebben en welke routes ze moeten rijden.

De vervoerscentrale zorgt bijvoorbeeld dat een voertuig ‘s ochtend wordt ingezet voor leerlingenvervoer, daarna een paar ritten naar de dagbesteding maakt en later op de dag ook nog een aantal Wmo-ritten rijdt. Het is niet zo dat we alle doelgroepen met elkaar combineren in een voertuig. Vanwege de speciale indicaties is dit vaak niet mogelijk. We zetten dus vooral in op volgtijdige combinatie waarmee het vervoer zeer efficiënt wordt ingezet.

Niet afkijken

“We hebben duidelijke afspraken gemaakt voor het aanvragen van extra vervoer of afmelden van vervoer. Die afspraken hebben we met behulp van Forseti goed op papier gezet. Het was een zoektocht. We waren tenslotte de eerste in Nederland, dus konden bij niemand afkijken. We hebben er veel van geleerd. Iedere gemeente maakt andere afwegingen. Zo heb je de keus voor een private of een publieke vervoerscentrale, zoals die van ons. Bij een publieke centrale is de gemeente zelf verantwoordelijk voor de organisatie van het vervoer en de afhandeling van de klachten.”

Klein beginnen

“Inmiddels heb ik al op heel veel plekken in Nederland uitgelegd hoe we in Zeeland werken. Het idee van de scheiding van regie en uitvoering is een landelijk begrip. Mijn advies aan gemeenten die ook willen starten met het regiemodel is: begin klein. Bijvoorbeeld eerst met alleen het Wmo-vervoer. Als het systeem dan eenmaal staat, kun je ook andere soorten vervoer toevoegen. Of begin in één gemeente met al het vervoer en voeg er gaandeweg steeds meer gemeenten aan toe. Je moet expertise opbouwen en dat kost tijd.

De Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland is geleidelijk gegroeid. Onze ambitie is niet om nog groter te worden. We zijn de laatste jaren wel bezig geweest een kwaliteitsslag te slaan. Zo hebben we ons planningssysteem, ICT en de financiën geoptimaliseerd en toekomstbestendig gemaakt. We zijn klaar voor de volgende stap. Momenteel zijn we ons aan het oriënteren op de een mogelijke doorgroei naar een Zeeuwse mobiliteitscentrale

Forseti is een goede sparringpartner, we wisselen regelmatig van gedachten, zij hebben de kennis en komen op veel plekken. Ook in onze zoektocht naar mogelijkheden voor een Zeeuwse mobiliteitscentrale staan ze ons bij.”

In deze blog lees je meer over de plannen voor een Zeeuwse mobiliteitscentrale.

Wil je meer weten?

Wij informeren je graag.  

Bekijk ook

Samenredzaamheid in mobiliteit bij gemeente Leiden: stap voor stap naar zelfstandigheid

Dagelijks vertrouwen honderden kinderen binnen de gemeente Leiden op leerlingenvervoer om op school te komen. Fijn voor ouders en kinderen dat zij hier gebruik van kunnen maken, maar het brengt ook stress met zich mee. Strakke planningen, lange ritten en weinig eigen regie. Voor ouders en kinderen kan die afhankelijkheid zwaar voelen. Samen met de gemeente Leiden werken we aan een andere aanpak door middel van het traject: Samenredzaamheid in mobiliteit. Een traject waarin kinderen en hun ouders samen ontdekken wat er wel mogelijk is.

Ravijnjaar 2028: kansen voor gemeenten

Het zogenoemde ravijnjaar is niet verdwenen, maar wel verschoven. Waar gemeenten zich lange tijd voorbereidden op een forse financiële terugval in 2026 door een verlaging van de financiële bijdragen vanuit het Rijk, is die scherpe daling in de praktijk doorgeschoven richting 2028.

Zeven mythen in het leerlingenvervoer anno 2026

Een jaar na ons oorspronkelijke blogbericht over de zeven mythen rondom leerlingenvervoer zijn de problemen in het leerlingenvervoer nog altijd even actueel. Recent besteedde EenVandaag opnieuw aandacht aan het onderwerp, waarbij de Kinderombudsman het nieuwe kabinet opriep om dringend actie te ondernemen. Jaar in jaar uit melden ouders problemen zoals te late bussen, vechtpartijen en stress bij kinderen in het speciaal onderwijs. Om dieper door te dringen tot de werkelijke knelpunten is het tijd om de mythen rondom leerlingenvervoer wederom door te prikken.

Samenredzaamheid in mobiliteit: kansen voor scholen en gemeenten

De druk op mobiliteit binnen het Sociaal Domein neemt toe. Tegelijk groeit de behoefte aan oplossingen die betaalbaar, flexibel én mensgericht zijn. Samenredzaamheid in mobiliteit biedt kansen voor scholen, gemeenten en gezinnen om vervoer anders te organiseren: met meer regie voor inwoners en minder afhankelijkheid van formele systemen. In dit blog laten we zien wat samenredzaamheid inhoudt en hoe dit in de praktijk werkt.

Samenredzaamheid in mobiliteit bij gemeente Leiden: stap voor stap naar zelfstandigheid

Dagelijks vertrouwen honderden kinderen binnen de gemeente Leiden op leerlingenvervoer om op school te komen. Fijn voor ouders en kinderen dat zij hier gebruik van kunnen maken, maar het brengt ook stress met zich mee. Strakke planningen, lange ritten en weinig eigen regie. Voor ouders en kinderen kan die afhankelijkheid zwaar voelen. Samen met de gemeente Leiden werken we aan een andere aanpak door middel van het traject: Samenredzaamheid in mobiliteit. Een traject waarin kinderen en hun ouders samen ontdekken wat er wel mogelijk is.

Ravijnjaar 2028: kansen voor gemeenten

Het zogenoemde ravijnjaar is niet verdwenen, maar wel verschoven. Waar gemeenten zich lange tijd voorbereidden op een forse financiële terugval in 2026 door een verlaging van de financiële bijdragen vanuit het Rijk, is die scherpe daling in de praktijk doorgeschoven richting 2028.