Blogs
19. 12. 2019

Doelgroepenvervoer mist innovatie - de oorzaken

Het doelgroepenvervoer in Nederland kan wel wat innovatie gebruiken. Sterker nog; we kunnen zelfs spreken van innovatie-armoede in deze branche. Paul Pietersen en Harald Faber gingen hierover in gesprek.

Hun conclusie: opdrachtgevers houden die innovatie-armoede in het doelgroepenvervoer in stand.

Paul en Harald zijn beiden al jaren werkzaam in de wereld van het doelgroepenvervoer. De een als interim manager en ondernemer, de ander als directeur van onder andere Forseti. In deze functies houden beide heren zich al jaren bezig met innovaties in het doelgroepenvervoer. Zodoende hebben ze al diverse malen bij elkaar aan tafel gezeten. Aan die tafels bleek telkens dat beide heren zich kwaad maakten over datzelfde thema: het tekort aan innovatie in het doelgroepenvervoer. De hoogste tijd dus om samen eens in dit onderwerp te duiken.

Tegenwoordig zijn de meeste mobiliteitsoplossingen opgebouwd volgens een vraaggestuurde structuur waar de reiziger centraal staat. Neem bijvoorbeeld 9292OV waarmee reizigers hun eigen OV-reis kunnen plannen. Hoe komt het toch dat dit soort innovatieve oplossingen niet voorkomen in het doelgroepenvervoer? Daarvoor zijn diverse oorzaken te noemen, zowel bij de opdrachtgever als bij de vervoerder. Als we kijken naar de opdrachtgever, komen Paul en Harald tot vijf oorzaken.

1. Geen ruimte voor creativiteit en innovatie in aanbestedingen

Overheden en andere opdrachtgevende instanties richten de aanbestedingen nog steeds zo in dat prijs een doorslaggevend onderdeel blijft. Daardoor blijven taxibedrijven laag bieden.
“Prijs is misschien niet meer zo dominant in de weging als een paar jaar geleden,” geeft Paul aan. “Maar een groot deel van de kwalitatieve gunningscriteria bestaat uit een goed implementatieplan, een communicatieplan en risicobeheersing en dergelijke. Op deze criteria kunnen vervoerders nauwelijks onderscheid maken, waardoor prijs toch de doorslag geeft.”

Harald vult aan: “Als er in een aanbesteding al punten te verdienen zijn met creativiteit en innovatie beperkt zich dit tot een klein percentage van het totaal. Hierdoor kampt de sector met creatieve armoede. Vervoerders investeren uit zichzelf niet in productontwikkeling en ontwikkelen alleen wat gevraagd wordt in een aanbesteding. Daardoor krijgt de opdrachtgever uiteindelijk precies waar hij om vraagt. Namelijk: een aanbodgedreven dienstverlening die in essentie nog hetzelfde is als aan het begin van deze eeuw.”

“Ruimte geven aan creativiteit en innovatie in de aanbesteding kan alleen als er bij implementatie en uitvoering strikt op de gedane beloftes wordt gestuurd,” zegt Harald. “Te vaak zien we dat inschrijvers heel makkelijk innovatiebeloften doen, maar dit in praktijk direct naar de achtergrond laten verdwijnen.”

2. Opdrachtgevers slecht op de hoogte van innovaties

Voor veel opdrachtgevers is doelgroepenvervoer niet het grootste dossier dat aandacht verdient. Dat heeft tot gevolg dat er onvoldoende kennis is over het onderwerp. Laat staan dat ze weten welke innovaties er in de branche zijn. “Bij enkele grote gemeenten is die kennis er wel, maar daar zien we dat programma’s voor doelgroepenvervoer worden stopgezet,” geeft Paul aan. “Zo is de opzet van het programma ‘Met liefde van A naar B’ van de gemeente Amsterdam ingeperkt. En voor het programma ‘Iedereen onderweg’ van de ministeries van I&W en VWS moet een kleine projectorganisatie werken met een beperkt budget. Bij kleinere gemeenten zijn er veelal medewerkers bij de ontwikkeling van het bestek betrokken die doelgroepenvervoer als een deeltaak in hun werkpakket hebben zitten, dus er niet hun volle aandacht aan kunnen geven.”

3. Innovatie niet doorontwikkeld tijdens lopende contacten

Vaak ontbreekt bij vervoerders de drijfveer om de aangeboden innovaties door te ontwikkelen. Vervoerders voeren een race om de aanbesteding te winnen, waarbij lage biedingen dus de doorslag geven. Omdat vervoerders zo laag bieden, willen ze met zo min mogelijk effort de opdracht uitvoeren, zodat ze nog een klein beetje marge overhouden.

Paul: “Zodoende doen ze wel beloftes voor innovatie, maar die komen vaak niet verder dan: we gaan een app bouwen. Volgens mij moet de belofte juist zijn: we gaan de bereikbaarheid en klanttevredenheid verbeteren. Een app is dan een middel om dat doel te behalen en geen doel op zich. Als je die doelen anders stelt, gaat zo’n uitvoerder veel beter nadenken over de invulling en de toepasbaarheid van de app. En daarmee vergroot je ook de kans voor adoptie van die app. Nu zien we nog vaak genoeg apps voorbij komen die na het bouwen nauwelijks worden doorontwikkeld. Als het geld op is, stopt de innovatie.”

4. Toetredingsbarrières verhinderen nieuwkomers op de markt

Vernieuwing komt vaak van buitenaf. Maar de barrières verhinderen nieuwkomers op de de markt te komen. Innovatieve spelers als Uber en Viavan bijvoorbeeld. Deze partijen hebben interesse om toe te treden tot het Nederlandse doelgroepenvervoer, maar zij kunnen zich niet inschrijven op aanbestedingen. Dat komt mede doordat chauffeurs niet de vereiste papieren hebben. “Uiteraard zijn deze eisen er niet voor niets,” geeft Paul aan. “Maar de vraag is of ze allemaal noodzakelijk zijn voor alle onderdelen van het doelgroepenvervoer. ”

“Ik heb recent gesprekken gevoerd met beide partijen,” zegt Paul. “Het pluspunt van hun werkwijze is dat zij heel sterk controleren op klanttevredenheid en andere aspecten bij de uitvoering en daar vervolgens op sturen. Voor het doelgroepenvervoer is dit misschien wel een betere aanpak dan werken aan de hand van vooraf gestelde eisen.”

Harald vult aan: “Dit betekent dat opdrachtgevers een keuze moeten durven maken om op klanttevredenheid te sturen en hiervoor een onafhankelijk meetinstrument moeten inzetten.”

5. Ingezette innovatie wordt niet doorgezet of opgevolgd

Het is volgens Harald te kort door de bocht om te zeggen dat er helemaal geen innovatie is in het doelgroepenvervoer: “De komst van het regiemodel was een innovatieve stap in onze branche. Maar ook daar zijn niet alle stappen gezet. Ook het contracteringsmodel ging veel verder dan enkel het stellen van efficiëntie doelen. Het doel was een constructie te creëren waarin doorontwikkeling ruimte heeft. Nu is op veel plaatsen de constructie aangepast, terwijl de productformule en omgeving gelijk zijn gebleven.”

“Voor innovatie heb je een lange adem nodig als opdrachtgever,” legt Harald uit. “Er zijn genoeg gemeenten die starten met het regiemodel. Maar om dat echt voor elkaar te krijgen moeten ze doorpakken. Daar ontbreekt het vaak nog aan.”

Samen kwamen de heren tot deze vijf oorzaken. Benieuwd naar hun ideeën om dit probleem aan te pakken? Dat lees je in de volgende blog.

Terug naar overzicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *