Kosten besparen in het sociaal domein doe je zo

Redactie Forseti

Kosten besparen in het sociaal domein doe je zo

VOOR INCLUSIE EN

ZELFREDZAAMHEID

Redactie Forseti

In het hele land kampen gemeenten met tekorten. Volgens het rapport ‘De groeiende druk van het sociaal domein’ van BDO vormen de hoge nettolasten van het sociaal domein hiervoor de belangrijkste reden. Veel gemeenten vragen zich af: Hoe kan ik mijn kosten verlagen?

Kosten besparen kan op verschillende manieren. Meestal is de sleutel om meer aandacht te besteden aan de eigen kracht van inwoners.  Met de vijf punten in dit artikel maak je een mooie start. 

Laten we elke stap nader bekijken.

1. Het begint met zuivere data

Besparen begint met inzicht. En inzicht heb je alleen als je data compleet en zuiver is. Daarom moet je regelmatig de data updaten en controleren. Maar welke data bedoelen we dan? Simpel gezegd: de rittenbakken van de vervoerders, de cliëntgegevens die je doorgeeft aan de vervoerder en de eigen registratie van vervoersvoorzieningen. Dat blijft allemaal niet vanzelf actueel.

Kosten besparen kan alleen met complete en zuivere data, het begint met inzicht. Dit betekent dat je regelmatig de data moet controleren en updaten. Doe je dat niet, dan loop je het risico op vervuiling en extra kosten. Zonder de juiste data kom je nergens. Zijn jouw data vervuild? Dan kan dat leiden tot ongewenste beleidskeuzes.

Is jouw data op orde? Dan kun je zien waar besparingen mogelijk zijn. Een aantal voorbeelden:

  1. Maak je geen onnodige kosten voor Wmo-pashouders die verhuisd zijn?
  2. Zijn er Wmo-ers die eigenlijk met Wlz-vervoer naar dagbesteding moeten gaan?
  3. Zijn alle overleden en verhuisde pashouders verwerkt in het systeem?

2. Goed naar beleidsregels kijken

Als de data op orde is, is het goed om te kijken naar de beleidsregels. Staat alles erin wat erin moet staan? De Wmo-verordening geeft algemene richtlijnen over eigen kracht, netwerk en voorliggende voorzieningen. Maar om die richtlijnen te kunnen toepassen in een specifieke casus, moet je die richtlijnen vertalen in termen van vervoer, mobiliteit, reisdoelen en beperkingen. Dat is wat een goede beleidsregel doet.

Beleidsregels geven duidelijkheid hoe je de verordening moet toepassen in specifieke situaties. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van de Wmo-pas voor vervoer naar een dagbesteding. Wmo-consulenten hebben te maken met een overvloed aan ongeschreven regels die ze nooit allemaal kunnen onthouden. Help ze en schrijf die regels op!

Door beleidsregels te maken voor vaker voorkomende situaties geef je de gemeente ook een degelijke juridische basis om controles uit te voeren met behulp van de rittenbakken en om bij oneigenlijk gebruik het gesprek met de inwoner aan te gaan.

Een aantal voorbeelden uit de praktijk:

  • Heeft de inwoner een scootmobiel? Dan kan het km-budget met 50% omlaag.
  • Heb je een lijst met voorliggende voorzieningen? Dan kun je de behoefte toetsen.
  • De partner kan de cliënt niet dagelijks naar dagbesteding rijden. Maar vaak wel één dag per week. Staat dit in de beleidsregels en vragen consulenten hier specifiek naar?

Bonus! Omdat je de data eerst op orde had gebracht, kun je nu in beeld brengen hoeveel reizigers geraakt worden door een bepaalde beleidsregel. Vaak kun je daarbij ook uitrekenen hoeveel kilometers (en dus euro’s) daar bij betrokken zijn.

3. Stel specialisten aan in het toekennen van vervoer

Nu het beleid aangescherpt is, adviseren we om één of twee Wmo-consultenten te trainen als specialist. Want als je de eigen kracht van mensen aanspreekt op het punt van vervoer, dan moet je veel details kennen. Je moet goed weten welke soorten vervoer er zijn, voor wie die wel en niet bruikbaar zijn en hoe je kritische vragen stelt over bijvoorbeeld het zelf leren reizen met openbaar vervoer.

Voor inwoners is het makkelijk om te zeggen “Ik weet het niet” of “Ik kan dat niet” als het gaat om wat ze zelf kunnen doen, wie ze kunnen vragen, of ze met de bus kunnen leren reizen.  Voor consulenten is het een kunst en een vak om daar met de juiste vragen doorheen te prikken en iemand te motiveren om de eigen kracht te versterken. Om dat goed te kunnen moet je je erin specialiseren. Bij leerlingenvervoer is dit de normaalste zaak van de wereld.

4. Geef Wmo-vervoer voor maximaal 3 jaar af

Veel inwoners die een Wmo-pas krijgen gebruiken de pas aanvankelijk niet erg veel, omdat ze nog een auto hebben of gebracht worden door de partner. De pas is vaak vooral bedoeld als backup. Vaak weten deze mensen praktisch niets van bus en trein, want die hebben ze hun hele leven nooit nodig gehad.

Als dan op zekere leeftijd het rijbewijs wordt ingenomen, of de partner met het rijbewijs overlijdt, is het vaak te laat om deze inwoner nog te leren wat een reisadvies of een ov-chipkaart is. De uitdaging voor de samenleving is om senioren tijdig te laten leren hoe openbaar vervoer werkt. Want andere 75-plussers, die altijd al met bus en trein reisden, blijven dat soms nog vele jaren doen, ondanks fysieke ongemakken en beperkingen.

Door de Wmo-pas voor niet langer dan 3 jaar af te geven houd je de vervoersbehoefte goed in beeld en kun je met 65-plussers het gesprek aangaan over leren reizen met openbaar vervoer. Bovendien kun je in bredere zin kijken of de vervoersbehoefte is veranderd en of er inmiddels andere voorliggende voorzieningen van toepassing zijn, zoals vrijwilligersvervoer.

5. Pasbijdrage van 5 euro per maand bovenop rittarief

Sinds de Wmo 2015 is het doel van de Wmo niet meer “Compenseren zodat je hetzelfde kunt als iemand zonder handicap”. Het is nu “De gemeente levert voorzieningen op maat die jou in staat stellen om te participeren.” 

De Wmo-pas is dus niet meer iets waarmee de inwoner alles moet kunnen wat een ander doet met bus en trein.  Je hoeft de voorwaarden en de tarieven daarom niet meer te spiegelen aan die van het stads- en streekvervoer.  Het is daarom helemaal niet gek om als gemeente te vragen om een eigen bijdrage van bijvoorbeeld €5 per maand of €50 per jaar. 

We hebben bij invoering van deze maatregel gezien dat de Wmo-pas werd beëindigd door mensen die hem nooit gebruikten, maar ook door mensen die er maar incidenteel gebruik van maken. En omdat dat een grote groep is, is dat incidentele gebruik toch nog goed voor 10-20% van de gemeentelijke uitgaven aan de Wmo-pas.   

Hulp nodig?

In volgende artikelen ga ik dieper in op een aantal van deze stappen en lees je hoe Forseti hier al verschillende gemeenten bij heeft geholpen. Mocht je graag eens willen sparren over dit onderwerp, neem dan contact met me op.

Ik help je graag verder.

Wil je meer weten?

Wij informeren je graag.  

Bekijk ook

Contract doelgroepenvervoer 2027 of 2028? Dit is het moment om te starten!

Gemeenten stellen het aanbesteden van doelgroepenvervoer regelmatig uit. Begrijpelijk, want de druk op capaciteit is hoog en er spelen veel andere prioriteiten. Toch is er een moment waarop uitstel niet meer onschuldig is, maar direct risico’s oplevert voor de continuïteit en kwaliteit van het vervoer. Dat moment ligt vaak eerder dan wordt gedacht.

Loopt het contract voor leerlingenvervoer of Wmo-vervoer af in 2027 of 2028? Dan is het antwoord simpel: start nu met de aanbesteding ervan.

Samenredzaamheid in mobiliteit bij gemeente Leiden: stap voor stap naar zelfstandigheid

Dagelijks vertrouwen honderden kinderen binnen de gemeente Leiden op leerlingenvervoer om op school te komen. Fijn voor ouders en kinderen dat zij hier gebruik van kunnen maken, maar het brengt ook stress met zich mee. Strakke planningen, lange ritten en weinig eigen regie. Voor ouders en kinderen kan die afhankelijkheid zwaar voelen. Samen met de gemeente Leiden werken we aan een andere aanpak door middel van het traject: Samenredzaamheid in mobiliteit. Een traject waarin kinderen en hun ouders samen ontdekken wat er wel mogelijk is.

Ravijnjaar 2028: kansen voor gemeenten

Het zogenoemde ravijnjaar is niet verdwenen, maar wel verschoven. Waar gemeenten zich lange tijd voorbereidden op een forse financiële terugval in 2026 door een verlaging van de financiële bijdragen vanuit het Rijk, is die scherpe daling in de praktijk doorgeschoven richting 2028.

Zeven mythen in het leerlingenvervoer anno 2026

Een jaar na ons oorspronkelijke blogbericht over de zeven mythen rondom leerlingenvervoer zijn de problemen in het leerlingenvervoer nog altijd even actueel. Recent besteedde EenVandaag opnieuw aandacht aan het onderwerp, waarbij de Kinderombudsman het nieuwe kabinet opriep om dringend actie te ondernemen. Jaar in jaar uit melden ouders problemen zoals te late bussen, vechtpartijen en stress bij kinderen in het speciaal onderwijs. Om dieper door te dringen tot de werkelijke knelpunten is het tijd om de mythen rondom leerlingenvervoer wederom door te prikken.

Contract doelgroepenvervoer 2027 of 2028? Dit is het moment om te starten!

Gemeenten stellen het aanbesteden van doelgroepenvervoer regelmatig uit. Begrijpelijk, want de druk op capaciteit is hoog en er spelen veel andere prioriteiten. Toch is er een moment waarop uitstel niet meer onschuldig is, maar direct risico’s oplevert voor de continuïteit en kwaliteit van het vervoer. Dat moment ligt vaak eerder dan wordt gedacht.

Loopt het contract voor leerlingenvervoer of Wmo-vervoer af in 2027 of 2028? Dan is het antwoord simpel: start nu met de aanbesteding ervan.

Samenredzaamheid in mobiliteit bij gemeente Leiden: stap voor stap naar zelfstandigheid

Dagelijks vertrouwen honderden kinderen binnen de gemeente Leiden op leerlingenvervoer om op school te komen. Fijn voor ouders en kinderen dat zij hier gebruik van kunnen maken, maar het brengt ook stress met zich mee. Strakke planningen, lange ritten en weinig eigen regie. Voor ouders en kinderen kan die afhankelijkheid zwaar voelen. Samen met de gemeente Leiden werken we aan een andere aanpak door middel van het traject: Samenredzaamheid in mobiliteit. Een traject waarin kinderen en hun ouders samen ontdekken wat er wel mogelijk is.