Actueel
30. 11. 2017

Koopt u uw Wmo-vervoer in conform AMvB?

Door een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) moeten gemeenten zich meer verdiepen in de kosten van het Wmo-vervoer. Deze AMvB stelt een aantal eisen aan gemeenten. Forseti heeft bij een aantal recente aanbestedingen gewerkt conform de AMvB door een reële minimumprijs te stellen of door bij aanbieders een reële onderbouwing van de inschrijfprijs op te vragen.

Wat betekent deze AMvB voor u als inkoper van Wmo-vervoer en heeft u hier momenteel of binnenkort mee te maken?

Per 1 juni 2017 is de nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur voor de Wmo van kracht. Doel hiervan is een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit te realiseren. De AMvB vereist dat gemeenten bij een aanbesteding een reële prijs hanteren. Door de AMvB moeten gemeenten zich meer verdiepen in de kosten van het Wmo-vervoer. De AMvB biedt gemeenten de keuze uit drie mogelijkheden:

  1. De gemeente hanteert een vaste prijs.
  2. De gemeente hanteert een reële prijs als minimumprijs.
  3. De gemeente noemt geen reële prijs, maar vraagt de aanbieder een reële onderbouwing van de inschrijfprijs.

De opties 2 en 3 lijken het meest geschikt voor het Wmo-vervoer.

Klik hier voor de complete tekst van de AMvB.

Het hanteren van een reële prijs als minimumprijs (mogelijkheid 2) vereist tijdens de voorbereiding van de aanbesteding een verdieping in de kostprijs van uw vervoer. Er is namelijk geen uniforme landelijke kostprijs vast te stellen. Wel kan de gemeente gebruik maken van een aantal landelijke normen, maar de kostprijs per uur hangt mede van de regionale situatie af. Dit betekent dat de gemeente tijdens de voorbereiding van de aanbesteding veel aandacht moet besteden aan de relatie tussen het eisenpakket van het vervoer, de rijsnelheden en combinatiefactor in de regio en de bijbehorende kostprijs. Een gemeente moet hier gedegen onderzoek doen.

Reële onderbouwing

Indien de gemeente kiest voor het opvragen van een reële onderbouwing (mogelijkheid 3) moet zij na inschrijving vaststellen of een inschrijver een reële inschrijfprijs heeft geoffreerd. Dat vereist dat de gemeente in de voorbereidingsfase wel al nadenkt over de te hanteren norm en de opzet van het beoordelingsproces, bijvoorbeeld door vooraf een onderbouwingsformat op te stellen, waarin ook ruimte is voor de aannames die een inschrijver doet. Op die manier wordt voldaan aan de kostenelementen uit de AMvB en kan de opdrachtgever de geoffreerde tarieven makkelijker met elkaar vergelijken.

Aannames

De AMvB hanteert voor alle varianten een aantal vastgestelde kostprijselementen, zoals kosten chauffeur, kosten niet-productieve uren, reis- en opleidingskosten, redelijke overheadkosten, en indexatie. Belangrijk is dat de gemeente ook rekening moet houden met aannames die vervoerders moeten doen om tot een inschrijfprijs te komen. Deze aannames zijn een belangrijk onderdeel van de calculatie. Denk hierbij aan het aantal kilometers per uur dat een voertuig rijdt en de combinatiegraad in het vervoer.

Voor welke variant een gemeente ook kiest, met de AMvB moet de gemeente zich meer verdiepen in de kostprijs van het Wmo-vervoer. Voor het maken van de keuze en de uitwerking van de gekozen variant is voldoende tijd nodig in het aanbestedingsproces. Tevens vraagt dit om specifieke kennis over en ervaring met de kostenbouw van taxivervoer en de mogelijkheid de realiteitszin van het tarief vast te stellen. Forseti kan u ondersteunen bij het maken van een keuze tussen de drie varianten die de AMvB biedt, het uitwerken van de variant en het adviseren bij het bepalen dan wel toetsen van de (minimale) kostprijs.

Heeft u hierover vragen of heeft u advies nodig? U kunt altijd contact opnemen met Marcel Slotema (m.slotema@forseti.nl of (06) 33 30 56 30).

Terug naar overzicht