Artikelen
30. 01. 2017

De vervoercomponent bij zorgcontracten zorgt voor dilemma's

In veel regio’s lopen de komende periode zorgcontracten Wmo en Jeugd af. Gemeenten staan voor de keuze hoe zij de vervoercomponent binnen de zorg gaan organiseren. Streven gemeenten naar integratie met andere vervoervormen of laten zij het vervoer bij de aanbieders?

Een complexe keuze waarbij rekening gehouden moet worden met diverse aspecten en belangen.

Gemeenten hebben na de decentralisatie de vervoercomponenten bij Wmo- en Jeugdcontracten veelal ingekocht bij de zorgaanbieders. De vergoeding voor het vervoer is vaak dezelfde als die zorgaanbieders eerder ontvingen van het zorgkantoor, soms is dit tarief separaat uitgevraagd. Deze combinatie tussen zorg en vervoer leidt tot een prikkel bij de aanbieder om vervoer kostenefficiênt te organiseren en ook rekening te houden met de locaties van dagbesteding. Veel zorgaanbieders noemen de huidige tarieven te laag en hebben de afgelopen tijd fors bespaard op de vervoerkosten.

In veel regio’s kijken gemeenten naar de mogelijkheden om verschillende vervoervormen meer integraal te organiseren, bijvoorbeeld via een regiecentrale. Het is een optie ook het gemeentelijk zorgvervoer hierop te laten aansluiten. Dat vraagt om een inkoop van zorg zonder vervoer. Dit heeft consequenties. Ten eerste organiseren zorgaanbieders het gemeentelijk zorgvervoer vaak samen met het Wlz-vervoer. Door het weghalen van een deel van het vervoer blijft een minder efficiênt vervoerpakket over voor de aanbieder. Ten tweede vervalt de huidige prikkel voor efficiênte en slimme vervoeroplossingen die aanbieders nu hebben. Tot slot is vervoer soms een verlengstuk van de verleende zorg. Wegen deze effecten op tegen het vervoerkundige voordeel dat gemeenten beogen te realiseren?

Het maken van een gefundeerde afweging vereist inzicht in de huidige situatie en een zorgvuldig proces. Hoe hebben zorgaanbieders het vervoer nu georganiseerd? Hoe lopen de vervoerstromen? Hoe ziet de verhouding tussen Wmo- en Wlz-vervoer eruit per aanbieder? Welke vervoerkundige effecten hebben verschillende scenario’s? Dit vraagt om een uitgebreide data-analyse van de huidige vervoerstromen van zowel het vervoer van gemeenten als van aanbieders.

Daarnaast verdient het aanbeveling zorgaanbieders te betrekken in dit proces. Welke variant heeft bijvoorbeeld hun voorkeur? Kunnen aanbieders hun vervoer laten aansturen door de regiecentrale? En op welke wijze kunnen voorwaarden worden opgenomen in de zorgcontracten die het bundelen van vervoer mogelijk maken, bijvoorbeeld ten aanzien van aanvangstijden van zorg?

Kortom: Een uniforme overgang in de vorm van een big bang lijkt niet handig. Maatwerk en fasering zijn gewenst. De keuze waar gemeenten voor staan is zeer complex en vraagt om een zorgvuldig proces en deskundigheid op de inhoud. Forseti kan u hierbij helpen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marcel Slotema.

Terug naar overzicht